Column

Het huisartsvak zit vol verrassingen

Letterlijk alles kan aan bod komen tijdens het spreekuur. Ik sta soms versteld van de vragen waarmee mensen komen of de problemen waarmee ze worstelen. Van overmatig kwijlen op een kussen ’s nachts (en of ik daar toch echt niet iets op weet?!) tot serieuze problematiek in de vorm van echtelijke onmin. De variatie van het vak vind ik prachtig. Het daagt me uit om alle kanten van het vak geneeskunde te onderzoeken.

 

Toen ik begon als huisarts in opleiding, zag ik elke twintig minuten één patiënt. Die tijd had ik ook echt nodig – ik wist lang niet altijd alles en had vaak advies van mijn opleider nodig. Tegenwoordig ben ik stuk sneller. De consulten duren nu tien minuten. En ik heb na iedere drie patiënten een pauze.

 

Nu gaat het sneller, maar niet altijd makkelijker. Want hoe krijg ik in die korte tijd het probleem volledig in kaart? Tien minuten zijn genoeg voor een simpele bovensteluchtweginfectie, maar niet voor een overspannen patiënt die niet weet hoe hij of zij verder moet. Dat het spreekuur dan uitloopt, is onvermijdelijk. Me verontschuldigend roep ik met een half uur vertraging de volgende patiënt op. En ook bij hem of haar probeer ik mijn volledige aandacht te geven en het probleem zo goed mogelijk op te lossen. En soms lukt dat ook niet meer op dezelfde dag maar dat is ook het mooie van het huisartsenvak.

 

De meeste problemen hebben meestal geen spoedeisend karakter. We hoeven het niet per se vandaag op te lossen. Morgen is er weer een dag. Een nieuwe dag vol verrassingen.

 

column van Henriëtte Koerts, eerste jaars aios, maart 2014

Heb jij vragen over de opleiding of het beroep?

Laat het weten, wij nemen contact met je op