Column

Gelukkig zijn we allemaal anders

Terugkijkend zijn er 10 soorten patiënten waarvan ik vermoed dat iedere huisarts(in-opleiding) ze wel zal herkennen. Patiënten die mij regelmatig het hoofd doen schudden, zweethandjes bezorgen, met mijn mond vol tanden zetten maar bovenal een glimlach op mijn gezicht toveren.

 

1. De joviale patiënt

'Je-mag-wel-Henk-zeggen-hoor!' Om gedurende het gesprek ook nog een aantal keer over zichzelf al 'Henk' te praten en termen als 'meid' en 'dit goddelijk lichaam' te pas en te onpas in het consult brengt. Altijd lastig voor mij als Aios. Een beetje humor en ‘vrij’ contact komt de arts-patiëntrelatie ten goede, maar wanneer wordt het ‘te’ gezellig en verdwijnt de functionaliteit van het consult?

 
2. De ik-ben-fan-van-de-bloeddruk patiënt

'Wilt u straks toch nog even mijn bloeddruk meten, want die moet wel goed zijn hoor.' Goede bloeddruk is gezondheid. (Punt.)

 
3. De passief-agressieve patiënt

'Aha, ik dacht, ik laat de dokter ook maar eens wachten.' Dé manier om te zeggen dat je vond dat je te lang moest wachten, zonder daadwerkelijk te zeggen dat je vond dat je te lang moest wachten. Capice?

 

4. De leugentje-om-best-wil patiënt

'De doktersassistente zei dat ik de derde en vierde klacht gewoon in dit consult kon bespreken.' Oei, daar ben ik wel een aantal keer ingetrapt, want ja, als de doktersassistente het goed vindt, dan kan ik er niet over gaan zeuren. Snel geleerd dat dit in de categorie valt 'papa zei dat hij het goed vindt als jij het ook goed vindt.' 

 

5. De breedsprakige patiënt

Patiënt: 'Laat ik bij het begin beginnen.' Om vervolgens het levensverhaal te beginnen bij de 12de verjaardag. Je ziet de minuten op de klok als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik heb me ooit laten vertellen dat patiënten in de openingsfase niet langer dan 3 minuten spreken (indien je geen vragen stelt), en in de praktijk lijkt dit behoorlijk goed te kloppen. Echter, er zijn altijd uitschieters…

 

6. De ik-ben-wel-meegekomen-maar-ik-weet-er-niet-zoveel-vanaf-verzorger 

Betreft zowel moeders, vaders als opa’s en oma’s. 

Dokter: 'Heeft Pietje ook koorts gehad?'

Vader: 'Uhm… ik geloof het wel.'

Dokter: 'Weet u misschien wanneer dat is geweest?'

Vader: 'Ik app mijn vrouw wel even, die weet zulke dingen.' (Logischerwijs: moeder/vader/opa/oma kan naar vrijheid worden gewisseld).

 

7. De ik-krijg-mijn-vinger-er-niet-achter-patiënt

Patiënt: 'Ik weet zelf wel waardoor het komt dat ik me zo beroerd voel.'

Dokter: 'Goh, vertel eens.' 

Patiënt: 'Nee laat maar trouwens, zal wel niets zijn.' 

 

8. De logica-ontbreekt patiënt

'Dus toen dacht ik, misschien moet ik maar overdag gaan slapen en ’s nachts wakker blijven, als ik dan slaapproblemen heb dan kom ik vanzelf weer in het ritme.'


9. De niet-zo-volwassen-patiënt

'Ik heb een beetje last van mijn eitjes' (lees: testis/ballen/scrotum). Je hebt ze vast wel gezien, de mensen die het toch lastig vinden om over 'de intieme delen' te spreken. Dit levert sowieso een uitbreiding van je woordenschat op, denk bijvoorbeeld aan: ‘het pruimpje’, ‘de plasser’, ‘kleine Henk’, ‘het doosje’ en mijn persoonlijk favoriet ‘de voorbibs’. Allemaal passend in de huisartsenpraktijk en veelvuldig gehoord bij consulten met kinderen. Echter na een bepaalde leeftijd mag ‘het beestje’ toch wel eens bij z’n (of haar) naam worden genoemd. Omgaan met schaamte van de patiënt en omgaan met je eigen schaamte is soms een struikelblok voor het opbouwen van de arts-patiëntrelatie. De patiënt-delay met name bij urologische/gynaecologische problematiek is soms indrukwekkend. 

 

10. De ik-was-vergeten-te-melden-dat-ik-expert-ben-patiënt

Patiënt: 'Ik heb het even uitgezocht en volgens mij moeten we toch een macrolide-antibioticum nemen.' Stilte…

 

De afwisseling tussen ziektebeelden en mensen is voor mij hét pluspunt van het huisartsen vak. Tegelijkertijd is het ook iets wat het soms knap lastig maakt om het vak te leren. Als een kameleon probeer je jezelf iedere 10 minuten aan te passen aan de patiënt die voor je zit en een gesprek is dan ook ons meest gebruikte instrument uit de dokterstas. Dat is dan ook de reden dat we op onze terugkomdagen regelmatig communicatie training hebben. Hoe reageer je op patiënten, en wat doe je als de partner van de patiënt antwoord geeft op je vragen? Hoe ga je om met schaamte en waar liggen je persoonlijke grenzen. Inmiddels heb ik een bescheiden assortiment aan reacties in mijn achterhoofd, maar zolang er mensen zijn, zijn er verschillen. Lange leve de variatie!

 

afbeelding column dec 

 

Hoezo geen doorverwijzing!

Tekenaar: Paul Kusters, uit het boek Allemaal mensen van Marc America

 

column van Lorette Stammen 1ste jaars aios, december 2016

Heb jij vragen over de opleiding of het beroep?

Laat het weten, wij nemen contact met je op